Kweekmethoden

Waar te beginnen? Er zijn veel verschillende paddestoelen en er zijn zeer veel methoden om deze paddestoelen mee te kweken.

Het maken van een sporenprint

Verscholen onder het hoedje van een paddestoel bevinden zich honderdduizenden, misschien wel miljoenen sporen die uiteindelijk ieder voor de groei van nieuwe paddestoelen kunnen zorgen. Als een paddestoel volwassen is laat hij deze sporen vallen met tot doel om deze te verspreiden ter voortplanting. Door deze sporen op de juiste manier op een papiertje op te vangen, kan je een zogenaamde sporenprint maken. Deze sporenprint kan je op een later tijdstip gebruiken voor eigen experimenten.

Sporen closeup

Een sporenprint maken moet steriel gebeuren, dus zorg dat je hiervoor alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen neemt. Je hebt het volgende nodig:

Voordat je echt begint moet de scalpel worden gesteriliseerd door deze met de gasbrander te verwarmen. Houd de scalpel in het vuur totdat deze rood oplicht. Haal het uit het vuur en wacht 20 - 30 seconden om het af te laten koelen.

Scalpel steriel

De volgende stap is om het hoedje van de stam te verwijderen. Met de scalpel snijdt je het hoedje zo hoog mogelijk af. Zorg dat je de sporen niet met de scalpel aanraakt. Plaats de hoed op het stukje papier met de sporen naar beneden en zet het schone glas eroverheen. De sporen mogen niet meer worden blootgesteld aan de buitenlucht.

Hoed

Hoed af Print glas

Na ongeveer 24 uur zullen de meeste sporen op het stukje papier gevallen zijn. Als je om het hoedje heen sporen ziet liggen, is het zeker voldoende. Verwijder het hoedje van het papier en pak de sporenprint op met een pincet en doe het in een afgesloten zakje. Gripzakjes zijn hier uitermate geschikt voor. Het is erg belangrijk dat het zakje 100% luchtdicht is. Wanneer deze bewaard wordt op een koele en donkere plaats, kan een sporenprint enkele jaren goed blijven.

Hoed papier Print gripzakje

Print gripzakje

Je kunt je eerste sporenprint van een wilde paddestoelensoort maken. Maar dit wordt niet aangeraden. In het wild komen enkele dodelijke look-a-likes voor die enkel door experts kunnen worden geïdentificeerd. De sporen van de Psilocybe cubensis, en andere psilocybine-bevattende paddestoelen, zijn ook ruimschoots beschikbaar via internet. Dit is een goede manier om je eerste goede sporenprints en -spuiten te verkrijgen, om zo je eigen paddestoelenkweek te beginnen.

Het maken van een sporenspuit

Een sporenspuit bevat steriel water met gehydrateerde sporen. Als je de sporen van een paddestoel direct inoculeert vanaf een sporenprint in een substraat (bijv. rogge), zijn deze zeer waarschijnlijk te droog om te ontkiemen. Een oplossing hiervoor is om van een sporenprint deze zogenaamde sporenspuit te maken. Door de sporen enkele dagen (minimaal 24 uur) te hydrateren in steriel water, zullen ze na inoculatie makkelijker en sneller ontkiemen.

Syringe

Van één print kun je meerdere sporenspuiten maken. Het aantal spuiten dat je ervan kunt maken hangt helemaal af van hoe donker en hoe groot de print is. Van een grote en donkere print kan je tot wel vijftig sporenspuiten maken. Echter, van een heel lichte en kleine print kan je soms maar 3-4 spuiten maken. De grootte en donkerheid van de print hangt veel af van de soort. De Psilocybe cubensis geeft bijvoorbeeld een veel grotere en donkere print af dan de Panaeolus cyanescens.

Print

Om een sporenspuit te kunnen maken is het noodzakelijk om in een steriele omgeving te werken, dus neem hiervoor alle voorzorgsmaatregelen. Probeer met een vaste hand zo snel en efficiënt mogelijk te werken. Je hebt het volgende nodig:

Wat als eerste moet gebeuren is het steriliseren van het water. Dit kan het beste gedaan worden in een zogenaamde flask, omdat de smalle hals de kans op besmetting aanzienlijk verkleint. Dek het flesje af met aluminiumfolie.

Fles water

Plaats de flask in de snelkookpan en steriliseer het water gedurende 40 minuten op 15 psi. Daarna kun je het gas uitzetten en alles helemaal af laten koelen tot kamertemperatuur. Wees hier niet ongeduldig, de sporen zullen het niet overleven als het water nog te warm is. Het afkoelen zal minimaal enkele uren duren.

steriel water

De volgende stap is het sterilizeren van de scalpel en pincet door ze met de gasbrander te verwarmen. Houd ze in het vuur totdat ze rood oplichten. Haal ze weer uit het vuur en wacht 20 - 30 seconden om ze af te laten koelen.

steriliseren scalpel

Verwijder het aluminiumfolie van het flesje water en gebruik de pincet om de sporenprint (gedeeltelijk) uit het zakje te halen. Schraap met de scalpel over het papier om de gewenste hoeveelheid sporen in het water te laten vallen.

Sporen in flask

De sporenspuiten kunnen nu meteen gemaakt worden. Eerst moet je de sporen goed verdelen over het water. Vul de spuit enkele malen met het water om deze vervolgens meteen weer te legen in het flesje. De sporen zullen op deze manier goed verspreid worden door het water. Als dit is gebeurd kan je de spuit volzuigen. Het is verstandig om het vullen en legen van een spuit af en toe te te herhalen wanneer je uit dezelfde flask een grotere hoeveelheid sporenspuiten gaat maken.

Vullen spuit Spuit vol

Als je een sporenspuit gemaakt hebt, dan kan je deze nog niet meteen gebruiken. De sporen hebben de tijd nodig om te hydrateren. Doe de spuit in een gripzakje en leg deze weg voor minimaal 24 uur (in het donker bij kamertemperatuur of gewoon de incubator). Na een periode van 24 uur kan je de sporenspuit gebruiken voor inoculatie.

Spuit in gripzak

Als je de spuit wilt bewaren voor een veel later moment dan kan dat in de koelkast. In de koelkast, bij een temperatuur van 2 - 4 °C kunnen sporenspuiten bewaard worden voor ongeveer 2 - 6 maanden. Bewaar ze in een luchtdicht plastic gripzakje.

Psilocybe cubensis op rijstmeelcakes

De Rijstmeelcake methode wordt door veel mensen gezien als de eenvoudigste methode om thuis de Psilocybe cubensis te kweken. Deze methode wordt ook wel de PF TEK genoemd, naar de bijnaam van de persoon die hem heeft bedacht; Psylocybe Fanaticus. Het substraat wat hierbij gebruikt wordt is een mix van bruin rijstmeel, vermiculiet en water. Voor deze methode heb je het volgende nodig: Cubensis op rijstmeelcakes

De hoeveelheid ingrediënten voor het substraat zijn als volgt (in volume):

Cake ingredienten

Meng de vermiculiet met het bruine rijstmeel. Voeg daarna ook het water toe en mix het goed door elkaar. Daarna kan je beginnen met het vullen van het potje met dit mengsel. Dit moet losjes gebeuren; het mycelium heeft ruimte nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Zorg dat er zeker nog 1 cm ruimte is tot aan de bovenrand. Veeg deze schoon met een tissue en vul het laatste stukje op met alleen vermiculiet. Dit verlaagt op een later moment de kans op besmetting.

ricecake mix vul pot

Schoonmaken pot Pot vermiculiet

Doe de deksel vervolgens losjes op het potje. Dit is erg belangrijk. Wanneer je ze te stevig afsluit ontstaat er een vacuüm in de pot. Als je dan op een later tijdstip de pot opent, zal er onmiddellijk lucht naar binnen worden gezogen, waardoor de kans op besmetting groter wordt. Bedek de potjes daarna met een stuk aluminiumfolie.

Gaten deksel Cake alu folie

Nu is het tijd om het substraat te steriliseren met de snelkookpan. Doe dit op 15 psi gedurende 60 minuten. Haal de potjes er pas uit wanneer ze volledig afgekoeld zijn. Dit duurt minimaal enkele uren. Wees hierbij niet te ongeduldig, een substraat dat nog te warm is kan de sporen doden en dan is al het werk voor niets geweest.

Cake steriel

Na het afkoelen, schudt je de spuit goed, zodat de sporen weer verdeeld raken over de hele spuit. Verwijder het folie en injecteer de rijstmeelcake met de sporenspuit door de vier gaten in het deksel tegen het glas van het potje. Als het goed is kun je het sporenwater naar beneden zien lopen. Ongeveer 1-2 ml water per potje moet al genoeg zijn. Na injectie sluit je de gaatjes af met wat tape.

Inoculatie cake Spuit glas

Tape opening Cake alufolie

Het werk zit er nu voor even op. De sporen hebben de tijd nodig om te ontkiemen. Zet de potjes op een warme en donkere plaats. De ideale temperatuur is 28 - 30 °C.

Incubatie omstandigheden

Ongeveer drie tot vijf dagen na het injecteren van het substraat, zullen er de eerste kleine witte stippen ontstaan. Dit zijn de paddestoelsporen die uitgroeien tot mycelium. Na twee tot vier weken zal de rijstmeelcake helemaal wit zijn. De rijstmeelcake is dan geheel gekoloniseerd met mycelium. Het is tijd om het substraat uit de pot te verwijderen en het in andere omstandigheden te plaatsen zodat vruchtvorming kan plaatsvinden. De hiervoor geschikte omstandigheden omvatten dat er verse lucht is, licht en een lagere temperatuur. Verandering van deze belangrijke elementen zorgt ervoor dat het mycelium paddestoelen zal gaan vormen. Plaats de pot met rijstmeelcake ondersteboven in je kweekkamer en verwijder de pot. Als de rijstmeelcake vast zit, is het vaak al voldoende om deze los te krijgen door zachtjes tegen het glas te tikken. Plaats de cake in een bak in een kamer met een temperatuur van 20-24 graden en met daglicht, maar vermijd direct zonlicht. Houdt de luchtvochtigheid ten allen tijde op een hoog niveau. Na 1 - 2 weken zullen de eerste paddestoeltjes opkomen. Vanaf dit moment kan de groei heel snel gaan. Al in een paar dagen kunnen de eerste paddestoelen hun volwassen grootte hebben bereikt.

De casinglaag

De casinglaag is een laagje vochtig material zonder enige voedingsstoffen dat bovenop het substraat met mycelium wordt aangebracht, voordat dit aan de juiste omstandigheden voor vruchtvorming wordt blootgesteld. Het gebruik van een casinglaag is sterk aan te raden.

De rijstmeelcake methode is de enige methode waarbij geen casinglaag wordt gebruikt. In andere methodes worden andere ingredienten gebruikt als substraat en deze zullen later moeten worden bedekt met een casinglaag. Dit betekent dat het substraat met mycelium zelf niet zal worden blootgesteld aan de lucht eromheen.

De casinglaag zorgt ervoor dat het substraat niet uitdroogt; het stimuleert de vorming van paddestoelen en dient ook als wateropslag voor de volgroeide paddestoelen.

Er bestaan verschillende recepten voor casinglagen. Enkele daarvan zijn:

Vermeng eerst de droge componenten, voeg dan het water toe en meng het opnieuw door elkaar.

Casingmix

Casing water

Het is heel belangrijk dat de casinglaag de juiste gradatie van vochtigheid heeft. Maar het vraagt wat gevoel om dit voor elkaar te krijgen. Een goede manier om het te controleren is een klein beetje casingmateriaal in je hand te nemen en het samen te knijpen. Als de vochtigheidsgraad goed is zullen er slechts een paar druppels water door je vingers sijpelen. Als je hele hand nat wordt moet je iets meer droge componenten toevoegen. Als er helemaal geen vocht uitkomt, moet er iets meer water bij.

Casing test

Nu kan de casinglaag worden gesteriliseerd. Plaats het in een potje en steriliseer het ongeveer 50 - 60 minuten in een snelkookpan op 15 psi. Laat het daarna afkoelen tot kamertemperatuur.

steriel casing

Als de pot met casing materiaal geheel is afgekoeld is deze klaar om gebruikt te worden.

 Casing klaar

 

Psilocybe cubensis op rogge

Het kweken van Psilocybe cubensis op een substraat van rogge, afgedekt met een casinglaag is een van de meest eenvoudige en daardoor ook een van de meest gebruikte methodes. Alle soorten van de Psilocybe cubensis groeien zeer goed op een substraat van rogge, afgedekt met een casinglaag.

Cubensis op rogge

Om cubensis te kunnen kweken op rogge heb je het volgende nodig:

De hoeveelheden van de ingredienten zijn als volgt: 1 deel rogge 0.7 - 0.9 deel water De rogge, wat de basis vormt voor het substraat, moet eerst gesteriliseerd worden. Hiervoor moet je het vermengen met water, meestal wordt dit gedaan in de verhouding 1:0.8. Wanneer je grotere hoeveelheden rogge gebruikt in een filterzak, doe er dan in verhouding minder water bij, omdat het anders een te drassige substantie wordt. Bij kleinere hoeveelheden kan je wat meer water gebruiken.

Potten rogge

Een pot rogge moet in de snelkookpan op 15 psi gesteriliseerd worden gedurende een uur. Een volle filterzak moet twee uur lang worden gesteriliseerd op 15 psi. Houd in gedachten dat de rogge water absorbeert. Tijdens het sterilisatieproces groeit de rogge dus eigenlijk. Vooral wanneer je een potje hebt gebruikt is het belangrijk dat deze niet helemaal gevuld is. De rogge heeft ruimte nodig. Tevens maakt wat extra ruimte het mogelijk om het goed te kunnen schudden.

Water rogge Rogge steriliseren

Als de potten uit de snelkookpan komen zal je zien dat de rogge aan de onderkant natter is dan de rogge aan de bovenkant. Het is erg belangrijk dat wanneer de rogge nog warm is de pot goed door elkaar wordt geschud. De natte en droge rogge wordt dan goed door elkaar gemengd. Laat de pot rogge daarna geheel afkoelen tot kamertemperatuur.

Rogge steriel  Rogge steriel

Vervolgens is de gesteriliseerde rogge klaar om geïnjecteerd te worden. Open de pot en injecteer wat sporenwater. Sluit de pot snel en goed. Na het injecteren moet je de pot even goed schudden, zodat de sporen zich door het hele substraat verspreiden. Voorlopig is je werk nu klaar. De sporen hebben tijd nodig om tot mycelium uit te groeien. Zet ze weg op een warme en donkere plaats van ongeveer 28 - 30 °C.

Pot inoculeren  Rogge schudden

Incubatie donker temperatuur

Na een paar dagen zul je de eerste witte stippen zien verschijnen. Dit is het begin van de groei: het mycelium. Na twee tot vier weken zal het hele substraat witgekleurd zijn. De snelheid waarmee het mycelium groeit hangt sterk af van de warmte en de hoeveelheid sporen in het substraat. Door iedere 4 -5 dagen de pot opnieuw te schudden kan de groei sterk versneld worden. Tevens blijven de rogge en het mycelium op deze manier los en kruimelig.

Pot gekoloniseerd Pot gekoloniseerd 

Pot gekoloniseerd

Wanneer het substraat helemaal is gekoloniseerd, is het tijd om het af te dekken met een casinglaag. Schud eerst het mycelium tot het helemaal los is. Dit kan lastig zijn omdat de rogge tot grote, stevige stukken mycelium zijn gevormd.

Pot schudden Pot mycelium los

Maak een bak die je voor de kweek wil gebruiken, goed schoon. Open de pot en verspreid de inhoud over de bak. Nu kan de casinglaag toegevoegd worden. Deze moet ongeveer 0.5 - 1 cm dik zijn. Zorg dat hij helemaal vlak is en bedek de bak weer met een deksel.

Strooi mycelium in bak

Zet de bak in een incubatieruimte weg voor een paar dagen. Het mycelium heeft wat tijd nodig om door de casinglaag heen te groeien. Zorg dat de bak goed is afgesloten. Wanneer je ziet dat het witte mycelium zo'n 20 -30% van de oppervlakte van de casinglaag bedekt is het tijd om het aan vruchtvormende omstandigheden bloot te stellen. Zet het geheel dus neer in een ruimte met licht, verse lucht en een lagere temperatuur. Houdt tevens de luchtvochtigheid op een hoog peil. Na ongeveer een week zullen de eerste paddestoelen opkomen.

Donker incubatie

Psilocybe cubensis op stro

Het kweken van de Psilocybe cubensis op een substraat van stro is de beste keuze als je van plan bent op een wat grotere schaal te gaan kweken. Stro geeft een betere voedingsbodem. De paddestoelen op stro worden daardoor groter en komen ze in een groter aantal. Het kweken op stro is wel lastiger dan het kweken op rogge.

Eerst moet je broed (spawn) klaarmaken. Dit broed zal vervolgens dienen om het stro mee te inoculeren. Rogge is de meest gebruikte bron voor broed. Begin met een pot rogge te inoculeren met sporen. Wanneer deze pot helemaal is gekoloniseerd wordt dit niet als substraat gebruikt. We zullen echter de inhoud van de pot gebruiken om in een zak met stro te verspreiden. Wanneer je dit doet, zal het mycelium zich verder ontwikkelen in rondom de stro. Wanneer je mycelium gebruikt om hiermee een ander substraat te inoculeren wordt dit 'spawning' genoemd. In dit voorbeeld zal het gekoloniseerde rogge dienen als spawn voor stro.

Voordat je met dit inoculeren begint moet de stro worden gesneden in stukken van maximaal 5 cm lang. Steriliseer of pasteuriseer de stro in een filterzak. Seal deze zak nog niet dicht, want je moet later het broed er nog aan toevoegen. Na afkoeling kan je het broed verdelen over de filterzak met stro. Het broed moet eerst wel losgeschud worden. Het is belangrijk dat het broed gelijk verdeeld wordt over al het stro, om te vermijden dat het substraat niet helemaal of ongelijk zal koloniseren. Vooral met een hele massa vochtige stro in een filterzak is het lastig om het mycelium er goed door te verspreiden. Het makkelijkst kan dit worden gedaan door lagen stro en mycelium af te wisselen. Voor een standaard filterzak is een pot met broed voldoende.

Stro

Laat ook nu de tijd weer haar werk doen, en na twee tot vier weken zal de stro helemaal gekoloniseerd zijn met mycelium.

Incubatie

Nu is de laatste fase aangebroken. Neem een grote, schone bak, verspreid de gekoloniseerde stro erin met daaroverheen een casinglaag. Sluit de bak goed af met plastic folie.

Plaats de bak weer in de incubatieruimte en geef het mycelium tijd om een sterk netwerk te vormen door de casinglaag heen. Na een paar dagen, wanneer het mycelium duidelijk zichtbaar is door de casinglaag heen, kan het in vruchtvormende omstandigheden worden neergezet. Na een week zullen de eerste paddestoelen opkomen.

Het klonen van paddenstoelen

Het klonen van een paddestoel is een goede manier om de genetische blauwdruk van die paddestoel te bewaren. Je kan een paddestoel klonen door een zogenaamde "tissue cultuur" te maken. Een tissue cultuur wordt gemaakt met behulp van agar media.

Een tissue moet van de paddenstoel worden afgenomen binnen 48 (maar liever binnen 24) uur nadat de paddestoel is geplukt.

In principe kan je van elk gedeelte van de paddenstoel een stukje nemen, zolang het maar van de binnenkant is, aangezien dit praktisch steriel is.

Het is het makkelijkste om de stam of het hoedje in 2en te breken. Gebruik vervolgens een steriel mesje om een klein stukje van de paddestoel af te nemen. Een klein stukje van 2 bij 2 mm. is al genoeg. Raak nooit met het mesje de buitenkant van de paddestoel aan. De buitenkant is niet steriel en aanraking daarmee zal bijna zeker leiden tot contaminatie.

 

Plaats de tissue zo snel mogelijk in een petrischaaltje met agar. Het risico op besmettingen is bij klonen erg groot, dus het kan verstandig zijn om wat meer schaaltjes met tissues te maken.

Rondom dit stukje tissue zal zich nieuw mycelium ontwikkelen. Bij inoculatie van een substraat met dit mycelium zullen de toekomstige paddestoelen dezelfde eigenschappen bevatten als de paddestoel waar de tissue van is afgenomen.

Het kan nodig zijn dat je nog een keer een stukje sterk mycelium moet verplaatsen naar een ander schaaltje om het daar verder te laten groeien.

Het kweken van truffels (Philosopher Stones)

De Psilocybe mexicana en de Psilocybe tampanensis zijn twee soorten paddenstoelen die bekend staan om het vormen van sclerotia (enkelvoud = sclerotium). Sclerotia zijn harde stukken mycelium die de paddestoel door het substraat heen vormt. Deze harde stukken mycelium zijn beter bestand tegen slechte groeiomstandigheden. Ze dienen dan ook als bescherming tegen een te hoge of te lage temperatuur, uitdroging en een te hoge luchtvochtigheid. De sclerotia lijken een beetje op walnoten

De sclerotia van de Psilocybe mexicana en de Psilocybe tampanensis bevatten een veel hogere concentratie psilocybine dan de paddestoelen zelf. Dit maakt dat de meeste mensen alleen de sclerotia kweken en niet de paddestoel zelf. De sclerotia worden door veel mensen 'truffels' of 'Philosopher Stones' genoemd. De 'A'-strain van de Psilocybe mexicana staat algemeen bekend als de paddestoel die de meeste sclerotia vormt.

Het kweken van de sclerotia en het kweken van de paddestoel zelf gebeuren eigenlijk op dezelfde wijze, alleen ga je bij het kweken van de paddestoel enkele stappen verder.

De Psilocybe mexicana en de Psilocybe tampanensis groeien het beste op graszaad. Vele verschillende soorten graszaad van verschillende merken hebben geleid tot een goed resultaat. Er kan ook rogge of witte rijst gebruikt worden.

Substraat (in volume):
10 delen graszaad
5 delen water

Steriliseer het substraat in een filterzak, filterbox of een glazen pot met zelf ingebouwd filter. Filterboxen en glazen potten moeten voor 1 uur op 15 psi worden gesteriliseerd. Een volle filterzak op 3 uur.

Als het substraat geheel is afgekoeld, kan je het inoculeren met een sporenspuit of mycelium op agar. Natuurlijk geven we de voorkeur aan een sterke single strain op agar. Schudt de zak of pot goed door elkaar om de sporen goed over het substraat te verdelen.

Na inoculatie kan je het substraat wegzetten in de incubator. Het mycelium groeit het beste in het donker bij een temperatuur van 21 - 25 °C. Na 2 tot 4 weken en een paar keer schudden zal het substraat geheel zijn gekoloniseerd.

Nu kom je voor de keuze te staan of je de paddestoelen wilt groeien of dat je wilt gaan voor een goede opbrengst van sclerotia.

Het kweken van het sclerotium

Eigenlijk zit het werk er dan voor je op... Het enige wat telt is dat je nu geduld moet hebben. Je kan het substraat gewoon laten staan op de plek waar deze staat (nog steeds bij een temperatuur van 21 - 25 °C). Vanaf nu is het belangrijk dat je het substraat ook niet meer door elkaar schudt.

Het substraat zal al vrij snel beginnen met het vormen van sclerotia. Langzaam aan zullen de sclerotia zich gaan vormen tot grote, harde stukken die wat geelbruin van kleur zijn. Deze sclerotiavorming duurt ongeveer 3 tot 4 maanden. Na deze periode zullen ze niet meer groeien.

Het kweken van de paddestoelen

Als je de paddestoelen zelf wilt groeien, bijvoorbeeld omdat je sporenprints wilt maken, ga je enkele stappen verder. Als het substraat geheel is gekoloniseerd en nog niet is begonnen met het vormen van sclerotia, dien je op het substraat een casinglaag aan te brengen. Deze paddestoelen doen het het beste op een casinglaag van turf, vermiculiet en calcium carbonaat.

Schudt de pot door elkaar zodat het mycelium weer los en kruimelig is. Strooi het mycelium in een schone bak en bedek het mycelium met een casinglaag van 1 - 1,5 cm. dik. Doe de deksel op de bak of bedek het geheel met huishoudfolie. Daarna moet de bak weer voor enkele dagen in de incubator worden geplaatst.

Als het mycelium duidelijk door de casinglaag is te zien, kan je het geheel in de vruchtvormende condities plaatsen. Voor de Psilocybe mexicana en de Psilocybe tampanensis zijn deze condities niet veel anders dan voor de meeste andere soorten paddestoelen. Voor de Psilocybe mexicana en de Psilocybe tampanensis betekent het dat ze moeten worden blootgesteld aan verse lucht, (indirect) zonlicht, luchtvochtigheid van >95% en een temperatuur van 20 °C of ietsje hoger.

Truffel Kweeksets

Online zijn er ook kant-en-klare kits verkrijgbaar waar je niet zelf het substraat hoeft te prepareren. Deze kits bevatten geïnoculeerd  graszaad en zijn steriel verpakt. Na enkele maanden zijn de truffels voldoende gegroeid om geoogst te kunnen worden. Met een (tanden)borsteltje en onder de kraan is het graszaad eenvoudig van de truffels te krijgen. 

Kweken van psilocybe Azurescens (buiten)

Deze 3 paddestoelen groeien in de wat koudere en nattere gebieden op aarde. Tevens zijn deze paddestoelen niet op een goede manier binnen te kweken. Dit betekent dat de kweek van deze paddestoelen niet voor iedereen is weggelegd. Je moet dus woonachtig zijn in een gebied met een natte en koude herfst en daarbij moet je buiten een mooie plek hebben waar je ongestoord een mooi bedje kunt maken die daar het hele jaar door kan liggen.

We gaan uit van een bedje in de tuin van 80 * 80 * 10 cm.

Deze paddestoel komt op in de herfst, begin van de winter. Het hele proces van het maken van broed tot de groei van de paddestoel is een proces dat vrij lang duurt. Als je in de herfst deze paddestoelen wilt oogsten, moet je eigenlijk in het begin van dat jaar al beginnen (jan/febr).

De kweek bestaat in principe uit 3 fasen:
- het maken van broed
- doorgroei mycelium buiten
- opkomst en groei paddestoelen

Als eerste moet je beginnen met het maken van broed. Rogge is het meest gangbare om te gebruiken voor het broed. Je hebt niet zo heel veel broed nodig, 300 tot 400 ml. is al genoeg. Het mycelium van deze paddestoelen groeit het best in de incubator bij een temperatuur van 20 °C.

Als de rogge geheel is gekoloniseerd, wordt het tijd voor de volgende stap van het broed. De Psilocybe azurescens, cyanescens en baeocystis zijn gek op houtsnippers. De gekoloniseerde rogge gaat dan ook dienen om een kleine hoeveelheid houtsnippers te koloniseren met mycelium.

Het maakt niet zo heel veel uit wat voor houtsnippers je gebruikt. In het algemeen groeien ze op bijna alle houtsnippers zeer goed. De soort die wij gebruiken wordt in dierenspeciaalzaken verkocht als snippers voor op de grond in hokken van dieren.

De houtsnippers die geinoculeerd gaan worden met de gekoloniseerde rogge moeten als eerste geweekt worden in water. Vul 2 potten van 1000 ml. voor 60% met kleine houtsnippers en vul ze daarna geheel met water. Laat de 2 potten voor 48 uur staan.

Na 48 uur kan je de 2 potten met houtsnippers laten uitlekken in een vergiet. Doe dit zeer grondig. Vul de 2 potten weer met de uitgeweekte houtsnippers en sluit de potten af met een deksel met filter.

De potten moeten nu voor 1 uur worden gesteriliseerd op 15 psi. Laat de potten daarna rustig afkoelen.

Als de potten geheel zijn afgekoeld, kan je ze inoculeren met de rogge. Verdeel de rogge over de 2 potten. Na inoculatie dien je de 2 potten goed te schudden om alle rogge goed te verspreiden. Plaats de potten daarna in de incubator (18 - 20 °C.).

Na 2 tot 4 weken zullen de potten geheel zijn gekoloniseerd. Af en toe de pot goed schudden zal de snelheid aanzienlijk doen stijgen. Als dit eenmaal gebeurd is, is het tijd om voorbereidingen te treffen om de buitenlucht op te zoeken.

Voor een buitenbedje van 80 * 80 *10 cm. heb je ongeveer 10 liter houtsnippers nodig. Dit mogen best wat grotere houtsnippers zijn dan degene die je hebt gebruikt bij het maken van broed. Doe deze 10 liter in een vuilniszak en vul deze met water. Laat het vervolgens voor 24 uur weken. Na deze 24 uur moet de zak geheel uitlekken. Dit kan door enkele gaatjes in de zak te prikken zodat het water eruit kan lekken. Snij na een tijdje de onderste hoeken van de vuilniszak eraf zodat het water onderaan vrijuit weg kan. Wacht nog een tijdje totdat het goed is uitgelekt.

Trek nu de laarzen maar aan. Maak een gat in de grond van de gewenste grootte. Het is verstandig om een plek te kiezen met veel schaduw. Strooi een laagje van 4 - 5 centimeter houtsnippers op de bodem. Neem vervolgens de 2 potten met broed (losgeschud) en strooi deze verdeeld uit over het hele bedje. Bedek dit weer met wederom een laagje natte houtsnippers van enkele centimeters..

Het bedje is nu bijna klaar. Geef het hele bedje nu nog als laatste een goede sproeibeurt met water en bedek het bedje met een vuilniszak. Het bedekken van het bedje met een vulniszak dient om het geheel donker en goed vochtig te houden. Je kan de vuilniszak op zijn plek houden door enkele stenen op de rand te leggen.

De beste tijd van het jaar om dit bedje buiten aan te brengen is rond maart/april.

In principe zit het werk er nu voor een tijdje op. Gedurende de lente en de zomer heeft het mycelium de tijd nodig om een stevig netwerk te vormen door het gehele bedje van houtsnippers heen. Check wel regelmatig of het bedje nog goed vochtig is. Besproei het bedje met water als dit niet het geval is.

Begin september gaat het weer wat kouder en natter worden. Dit zijn de ideale groeiomstandigheden voor de paddestoelen. Verwijder de vuilniszak en geef eventueel het bedje een goede besproeiing voor de vochtigheid.

Het is moeilijk aan te geven wanneer de paddestoelen precies zullen opkomen. Dit is geheel afhankelijk van het specifieke weer van die herfst. Je kan ze verwachten van half september tot begin december. Zorg er ten alle tijde voor dat het bedje niet uitdroogt.

Het kan zijn dat er in één herfst meerdere flushes zullen opkomen. Na de laatste flush kan je het bedje gewoon laten liggen. Het mycelium zal niet veel moeite hebben om de winter te overleven en het jaar daarop wederom flushes te geven. Wel is het verstandig om aan het begin van de nieuwe lente een vers laagje houtsnippers bij het bedje te voegen.

Als het buitenbedje klaar is, zal je regelmatig moeten checken of het geheel wel nog vochtig genoeg is. Waarschijnlijk zal je ook vele beestjes zien rondlopen. Je hoeft niet bang te zijn dat deze beestjes je bedje beschadigen. Normaal gesproken heeft dit geen invloed op de kwaliteit van het bedje, behalve in extreme gevallen. Ik zou bijna zeggen: geef ze maar de ruimte en laat ze genieten van het mycelium...

Kweken van de Panaeolus cyanescens

De Panaeolus cyanescens en de Panaeolus tropicalis zijn nagenoeg op dezelfde manier te kweken. Daarbij is deze manier eigenlijk niet zo heel erg anders dan het kweken van de Psilocybe cubensis op stro.

Wel zijn de Panaeolus cyanescens en de Panaeolus tropicalis in vele opzichten een stuk kwetsbaarder dan de Psilocybe cubensis. Kwetsbaarder in die zin dat deze 2 soorten meer eisen stellen aan de voorziening en naleving van de juiste groeiomstandigheden dan de Psilocybe cubensis. Dat deze soorten kwetsbaarder zijn kan je ook zien aan het mycelium. Het mycelium is in het algemeen een stuk minder rhizomorph dan het mycelium van de Psilocybe cubensis.

Het is mogelijk om bij de Psilocybe cubensis af en toe af te wijken van de ideale condities en nog steeds een prima oogst te behalen. Bij de kweek van de Panaeolus cyanescens en de Panaeolus tropicalis kan het wel of niet naleven van de ideale condities het verschil zijn tussen wel of helemaal geen paddenstoelenoogst.

Benodigdheden:

Het eerste wat je moet hebben voor de kweek van deze paddestoelen is sterk broed. Rogge is de meest gangbare basis voor broed. Het is verstandig om de rogge te inoculeren met een sterke single strain op agar in plaats van een sporenspuit.

Als het broed geheel is gekoloniseerd, is het tijd voor het klaarmaken van het substraat.

Het substraat bestaat uit (in volume):
10 delen stro
4 delen koeienmest
3 delen vermiculiet
3 delen water

Mix de droge componenten in een bak en voeg daarna het water toe. Mix het geheel zeer goed door elkaar.

Steriliseer het substraat vervolgens in een filterzak. Seal deze zak nog niet dicht, want je moet later het broed er nog aan toevoegen.

Na afkoeling kan je het broed verdelen over de filterzak met stro. Voor een standaard filterzak is een pot met broed voldoende.

Het broed moet eerst wel losgeschudt worden. Strooi daarna het broed in de filterzak en seal de zak daarna meteen dicht.

Het is belangrijk dat het broed gelijk verdeeld wordt over al het substraat om te vermijden dat het substraat niet helemaal of ongelijk zal koloniseren. Probeer dit te doen door de zak goed door elkaar te schudden. Vooral met een vochtige massa substraat in een filterzak kan dit echter soms wel lastig zijn.

Laat ook nu de tijd weer haar werk doen. Zet de filterzak in de incubator bij een temperatuur van 28 - 30 °C en na twee tot vier weken zal de substraat helemaal gekoloniseerd zijn met mycelium.

Nu is de laatste fase aangebroken. Neem een grote, schone bak, verspreid het gekoloniseerde substraat erin en breng een casinglaag aan. Sluit vervolgens de bak weer goed af met plastic folie.

Plaats de bak weer in de incubatieruimte en geef het mycelium tijd om een sterk netwerk te vormen door de casinglaag heen. Na een paar dagen, wanneer het mycelium duidelijk zichtbaar is door de casinglaag heen, kan het in vruchtvormende omstandigheden worden neergezet.

De vruchtvormende condities zijn:

 

 

Multispore en single strains

Veel mensen die met kweken beginnen lopen tegen dezelfde vragen en problemen aan. Na een aantal kweeksuccessen vragen veel mensen zich af waarom de paddestoelen van dezelfde 'flush' niet even hard groeien. Elke paddestoel lijkt zijn eigen ritme te hebben. En ook zijn er grote verschillen in hoe ze eruit zien. Sommige zijn groot en gezond, anderen zullen nooit tot een volwassen formaat uitgroeien.

Multispore

De belangrijkste reden hiervoor is dat de meeste thuiskwekers hun substraat met een sporenspuit inoculeren. Dit wordt multisporen-inoculatie genoemd. Elke sporenspuit bevat duizenden, misschien zelfs miljoenen sporen. Al deze sporen kunnen, theoretisch gezien, ontkiemen tot een unieke paddestoel met zijn eigen genotype en dus z'n eigen unieke eigenschappen. Deze hebben betrekking op groeisnelheid, grootte en uiterlijk. De inoculatie met een sporenspuit betekent dus dat er uiteindelijk vele unieke genotypen zullen groeien op het substraat. Hier zitten sterke en minder sterke genotypen bij. Dit verklaart waarom de ene paddestoel er mooier en gezonder uitziet dan de andere, terwijl ze in dezelfde flush zijn opgekomen.

syringe closeup

De meer ervaren kweker zoekt daarom naar de sterkere genotypes en injecteert zijn substraat met een 'single strain' of 'pure strain'. Om dit te kunnen begrijpen dien je eerst iets meer te weten over hoe de sterke genotypes van de zwakke genotypen zijn te onderscheiden.

Wanneer je het substraat hebt geïnjecteerd met een sporenspuit en grote delen ervan zijn gekoloniseerd, kun je vaak twee verschillende soorten mycelium onderscheiden. Een soort ziet er een beetje donsachtig uit; dit wordt tomentose mycelium genoemd. De andere soort heeft een draadachtige, sterkere structuur en wordt rhizomorph mycelium genoemd. De rhizomorphe structuur is degene waarnaar we op zoek zijn. Het rhizomorphe mycelium heeft meer potentie om tot grote, gezonde paddestoelen uit te groeien dan het donzige, tomentose mycelium.

Rhizomorph

Om te zorgen dat zich enkel rhizomorph mycelium ontwikkelt in je substraat is het mogelijk om een stukje rhizomorph mycelium van een al gekoloniseerd substraat te nemen. Dit stukje sterke mycelium kan je dan inoculeren in een nieuwe pot gesteriliseerd substraat. Wanneer je dan een goed stukje van een sterk genotype mycelium hebt genomen, is de kans heel groot dat er zich in het nieuwe substraat enkel gezond en sterk mycelium ontwikkeld.

Echter, wanneer een een pot met substraat al grotendeels is gekoloniseerd kan het erg moeilijk zijn om het beste mycelium eruit te halen. Het besmettingsgevaar is te groot dus; het is dus niet aan te raden om het op deze wijze te proberen.

Het mycelium laten voorgroeien op agar in petrischalen is hiervoor een uitstekende oplossing. De agar media is op zichzelf geen vruchtbaar media om de paddestoelen zelf op te kweken. Maar het mycelium ontwikkeld er zich uitstekend op.

Het grootste voordeel van agar media in petrischalen is dat het mycelium op een vlakke, 2-dimensionale manier groeit. Daardoor is het makkelijk om een sterk stukje mycelium te selecteren en te verplaatsen. Je kan dan je eigen single strain maken, welke je kan gebruiken om je substraat mee te inoculeren.

Hoe maak je agarmedia?

Door de jaren heen is gebleken dat er veel verschillende recepten zijn die allemaal naar een goed resultaat kunnen leiden. Deze agar media recepten kunnen gebruiksklaar worden gekocht in plaatselijke winkels of via internet. Het is ook niet moeilijk om zelf agar media te maken.

Vermeng de droge componenten eerst en voeg vervolgens het water toe. Dit kun je het beste doen in kolven, de glazen laboratoriumflesjes met een lange smalle hals. Deze zijn eenvoudig in gebruik en verminderen drastisch de kans op besmetting. Bedek de fles af met folie en schud het nog eens goed door elkaar. Zet de fles in een snelkookpan en steriliseer de inhoud gedurende 45 minuten.

Agar steriliseren Agar steriliseren

Agar steriliseren

Laat de snelkookpan met de agar heel rustig afkoelen. Wanneer de druk van de pan is kun je de fles eruit halen. Pas op, want de temperatuur van de agar media zit dichtbij het kookpunt. Kokende agar kan nare verbrandingen opleveren.

Nu is het belangrijk om de agar op het juiste moment in de schalen te gieten. Als je te lang wacht begint de agar samen te klonteren. Hierdoor is het niet meer goed schenkbaar. Wanneer de agar te heet in de schalen wordt geschonken, is het ook niet handig. In de petrischaal zal het gaan condenseren. Dit is schadelijk voor de groei van mycelium en bovendien kun je zo niet meer goed zien wat er in de schaal gebeurt.

De goede temperatuur waarop agar overgeschonken kan worden is ongeveer 40 - 50 °C. Wanneer je de fles zo'n 10 - 12 seconden vast kunt houden zonder dat het pijnlijk heet is, dan is de temperatuur goed.

 

Flask agar

Zet de petrischalen naast elkaar in stapels van 20 en verwijder het folie van de fles agar. Pak de deksel van het onderste schaaltje vast en til de hele stapel een klein stukje op. Schenk de agar (+/- 0.5 cm.) in het onderste schaaltje en plaats de andere schaaltjes weer bovenop het onderste schaaltje met agar. Pak vervolgens de deksel van het tweede schaaltje en vul deze op dezelfde manier. Vul op deze manier alle schaaltjes van beneden naar boven. Als alle schaaltjes gevuld zijn, duurt het 1 a 2 uur voordat je de schaaltjes met agarmedia kan gebruiken. Je moet de agar even de tijd geven om weer een vaste substantie te worden.

 

Petri schaaltjes vullen

Petrischaaltjes vullen

Agar halfvol

Agar is erg vatbaar voor besmettingen. Een perfect steriele techniek is bij het werken met agar vereist.

Hoe gaat dat in zijn werk?

Zorg dat je een redelijk aantal (minimaal tien) petrischaaltjes met agarmedia gebruiksklaar hebt staan. Neem een sporenprint uit het zakje met een gesteriliseerde pincet, open een petrischaaltje en schraap wat sporen van de print met een gesteriliseerde scalpel, zodat ze op verschillende plaatsen op het agar medium vallen. Sluit het schaaltje snel weer af. Doe dit met enkele schaaltjes. Plaats de schaaltjes vervolgens in de incubatieruimte, 28 - 30 °C.

Sporen schrapen

Sporen in agar

Na een paar dagen zullen de sporen ontkiemen en zal er groei van het witte mycelium zichtbaar worden. Snij uit de agar kleine witte stukjes mycelium en plaats deze in het midden van nieuwe, verse petrischaaltjes met agar media. Deze schaaltjes kunnen wederom in de incubatieruimte geplaatst worden.

Sporen ontkiemen Uitsnijden ontkiemde sporen

Agar mycelium

Het mycelium zal zich verder ontwikkelen rondom het stukje mycelium. Vaak zal je zien dat het mycelium in bepaalde sectoren groeit. Je zal vrij snel sectoren met sterk en zwak mycelium kunnen ontdekken. Door enkele malen een sterk stukje mycelium te selecteren en deze op een nieuw schaaltje te plaatsen, zal je zien dat het mycelium na een paar keer niet meer in sectoren groeit. Als je de juiste keuzes hebt gemaakt groeit er nu nog enkel rhizomorph mycelium in de schaaltjes. Op dit moment heb je je eigen pure (single) strain. 

Agar mycelium Agar mycelium

Agar uitsnijden Agar mycelium

Met dit mycelium, de single strain, kun je vele potten substraat inoculeren. Een stukje van 0.5 bij 0.5 cm is al genoeg voor 1 pot rogge. In je substraat zal zich dan voornamelijk een rhizomorf mycelium ontwikkelen van een specifiek genotype. Alle paddestoelen die opkomen zullen allen (bijna) dezelfde eigenschappen hebben als het gaat om groei en uiterlijk.

De procedure van het verplaatsen van stukjes mycelium naar nieuwe schaaltjes kan echter niet eindeloos worden herhaald. Wanneer je het mycelium te vaak hebt geselecteerd, zal zich na enige tijd degeneratie inzetten. Het mycelium in de agarschaaltjes zal dan weer een meer donsachtige, pluizige structuur produceren. Dit moet dus worden voorkomen. Een gedegenereerde strain levert vaak uiterst apart uitziende paddestoelen op.

In het algemeen wordt geadviseerd om niet meer dan drie keer stukjes mycelium te selecteren en te verplaatsen naar nieuwe schaaltjes van dezelfde moedercultuur. Vijf keer is bij de meeste soorten het absolute maximum.

Je zult bij het werken met agar en single strains een kritisch oog moeten ontwikkelen. Je moet er tevens wat gevoel voor hebben en/of ontwikkelen. Daarnaast hebben sommige soorten van nature een meer rhizomorphe structuur dan dat van andere soorten.