Multispore en single strains

Veel mensen die met kweken beginnen lopen tegen dezelfde vragen en problemen aan. Na een aantal kweeksuccessen vragen veel mensen zich af waarom de paddestoelen van dezelfde 'flush' niet even hard groeien. Elke paddestoel lijkt zijn eigen ritme te hebben. En ook zijn er grote verschillen in hoe ze eruit zien. Sommige zijn groot en gezond, anderen zullen nooit tot een volwassen formaat uitgroeien.

Multispore

De belangrijkste reden hiervoor is dat de meeste thuiskwekers hun substraat met een sporenspuit inoculeren. Dit wordt multisporen-inoculatie genoemd. Elke sporenspuit bevat duizenden, misschien zelfs miljoenen sporen. Al deze sporen kunnen, theoretisch gezien, ontkiemen tot een unieke paddestoel met zijn eigen genotype en dus z'n eigen unieke eigenschappen. Deze hebben betrekking op groeisnelheid, grootte en uiterlijk. De inoculatie met een sporenspuit betekent dus dat er uiteindelijk vele unieke genotypen zullen groeien op het substraat. Hier zitten sterke en minder sterke genotypen bij. Dit verklaart waarom de ene paddestoel er mooier en gezonder uitziet dan de andere, terwijl ze in dezelfde flush zijn opgekomen.

syringe closeup

De meer ervaren kweker zoekt daarom naar de sterkere genotypes en injecteert zijn substraat met een 'single strain' of 'pure strain'. Om dit te kunnen begrijpen dien je eerst iets meer te weten over hoe de sterke genotypes van de zwakke genotypen zijn te onderscheiden.

Wanneer je het substraat hebt geïnjecteerd met een sporenspuit en grote delen ervan zijn gekoloniseerd, kun je vaak twee verschillende soorten mycelium onderscheiden. Een soort ziet er een beetje donsachtig uit; dit wordt tomentose mycelium genoemd. De andere soort heeft een draadachtige, sterkere structuur en wordt rhizomorph mycelium genoemd. De rhizomorphe structuur is degene waarnaar we op zoek zijn. Het rhizomorphe mycelium heeft meer potentie om tot grote, gezonde paddestoelen uit te groeien dan het donzige, tomentose mycelium.

Rhizomorph

Om te zorgen dat zich enkel rhizomorph mycelium ontwikkelt in je substraat is het mogelijk om een stukje rhizomorph mycelium van een al gekoloniseerd substraat te nemen. Dit stukje sterke mycelium kan je dan inoculeren in een nieuwe pot gesteriliseerd substraat. Wanneer je dan een goed stukje van een sterk genotype mycelium hebt genomen, is de kans heel groot dat er zich in het nieuwe substraat enkel gezond en sterk mycelium ontwikkeld.

Echter, wanneer een een pot met substraat al grotendeels is gekoloniseerd kan het erg moeilijk zijn om het beste mycelium eruit te halen. Het besmettingsgevaar is te groot dus; het is dus niet aan te raden om het op deze wijze te proberen.

Het mycelium laten voorgroeien op agar in petrischalen is hiervoor een uitstekende oplossing. De agar media is op zichzelf geen vruchtbaar media om de paddestoelen zelf op te kweken. Maar het mycelium ontwikkeld er zich uitstekend op.

Het grootste voordeel van agar media in petrischalen is dat het mycelium op een vlakke, 2-dimensionale manier groeit. Daardoor is het makkelijk om een sterk stukje mycelium te selecteren en te verplaatsen. Je kan dan je eigen single strain maken, welke je kan gebruiken om je substraat mee te inoculeren.

Hoe maak je agarmedia?

Door de jaren heen is gebleken dat er veel verschillende recepten zijn die allemaal naar een goed resultaat kunnen leiden. Deze agar media recepten kunnen gebruiksklaar worden gekocht in plaatselijke winkels of via internet. Het is ook niet moeilijk om zelf agar media te maken.

Vermeng de droge componenten eerst en voeg vervolgens het water toe. Dit kun je het beste doen in kolven, de glazen laboratoriumflesjes met een lange smalle hals. Deze zijn eenvoudig in gebruik en verminderen drastisch de kans op besmetting. Bedek de fles af met folie en schud het nog eens goed door elkaar. Zet de fles in een snelkookpan en steriliseer de inhoud gedurende 45 minuten.

Agar steriliseren Agar steriliseren

Agar steriliseren

Laat de snelkookpan met de agar heel rustig afkoelen. Wanneer de druk van de pan is kun je de fles eruit halen. Pas op, want de temperatuur van de agar media zit dichtbij het kookpunt. Kokende agar kan nare verbrandingen opleveren.

Nu is het belangrijk om de agar op het juiste moment in de schalen te gieten. Als je te lang wacht begint de agar samen te klonteren. Hierdoor is het niet meer goed schenkbaar. Wanneer de agar te heet in de schalen wordt geschonken, is het ook niet handig. In de petrischaal zal het gaan condenseren. Dit is schadelijk voor de groei van mycelium en bovendien kun je zo niet meer goed zien wat er in de schaal gebeurt.

De goede temperatuur waarop agar overgeschonken kan worden is ongeveer 40 - 50 °C. Wanneer je de fles zo'n 10 - 12 seconden vast kunt houden zonder dat het pijnlijk heet is, dan is de temperatuur goed.

 

Flask agar

Zet de petrischalen naast elkaar in stapels van 20 en verwijder het folie van de fles agar. Pak de deksel van het onderste schaaltje vast en til de hele stapel een klein stukje op. Schenk de agar (+/- 0.5 cm.) in het onderste schaaltje en plaats de andere schaaltjes weer bovenop het onderste schaaltje met agar. Pak vervolgens de deksel van het tweede schaaltje en vul deze op dezelfde manier. Vul op deze manier alle schaaltjes van beneden naar boven. Als alle schaaltjes gevuld zijn, duurt het 1 a 2 uur voordat je de schaaltjes met agarmedia kan gebruiken. Je moet de agar even de tijd geven om weer een vaste substantie te worden.

 

Petri schaaltjes vullen

Petrischaaltjes vullen

Agar halfvol

Agar is erg vatbaar voor besmettingen. Een perfect steriele techniek is bij het werken met agar vereist.

Hoe gaat dat in zijn werk?

Zorg dat je een redelijk aantal (minimaal tien) petrischaaltjes met agarmedia gebruiksklaar hebt staan. Neem een sporenprint uit het zakje met een gesteriliseerde pincet, open een petrischaaltje en schraap wat sporen van de print met een gesteriliseerde scalpel, zodat ze op verschillende plaatsen op het agar medium vallen. Sluit het schaaltje snel weer af. Doe dit met enkele schaaltjes. Plaats de schaaltjes vervolgens in de incubatieruimte, 28 - 30 °C.

Sporen schrapen

Sporen in agar

Na een paar dagen zullen de sporen ontkiemen en zal er groei van het witte mycelium zichtbaar worden. Snij uit de agar kleine witte stukjes mycelium en plaats deze in het midden van nieuwe, verse petrischaaltjes met agar media. Deze schaaltjes kunnen wederom in de incubatieruimte geplaatst worden.

Sporen ontkiemen Uitsnijden ontkiemde sporen

Agar mycelium

Het mycelium zal zich verder ontwikkelen rondom het stukje mycelium. Vaak zal je zien dat het mycelium in bepaalde sectoren groeit. Je zal vrij snel sectoren met sterk en zwak mycelium kunnen ontdekken. Door enkele malen een sterk stukje mycelium te selecteren en deze op een nieuw schaaltje te plaatsen, zal je zien dat het mycelium na een paar keer niet meer in sectoren groeit. Als je de juiste keuzes hebt gemaakt groeit er nu nog enkel rhizomorph mycelium in de schaaltjes. Op dit moment heb je je eigen pure (single) strain. 

Agar mycelium Agar mycelium

Agar uitsnijden Agar mycelium

Met dit mycelium, de single strain, kun je vele potten substraat inoculeren. Een stukje van 0.5 bij 0.5 cm is al genoeg voor 1 pot rogge. In je substraat zal zich dan voornamelijk een rhizomorf mycelium ontwikkelen van een specifiek genotype. Alle paddestoelen die opkomen zullen allen (bijna) dezelfde eigenschappen hebben als het gaat om groei en uiterlijk.

De procedure van het verplaatsen van stukjes mycelium naar nieuwe schaaltjes kan echter niet eindeloos worden herhaald. Wanneer je het mycelium te vaak hebt geselecteerd, zal zich na enige tijd degeneratie inzetten. Het mycelium in de agarschaaltjes zal dan weer een meer donsachtige, pluizige structuur produceren. Dit moet dus worden voorkomen. Een gedegenereerde strain levert vaak uiterst apart uitziende paddestoelen op.

In het algemeen wordt geadviseerd om niet meer dan drie keer stukjes mycelium te selecteren en te verplaatsen naar nieuwe schaaltjes van dezelfde moedercultuur. Vijf keer is bij de meeste soorten het absolute maximum.

Je zult bij het werken met agar en single strains een kritisch oog moeten ontwikkelen. Je moet er tevens wat gevoel voor hebben en/of ontwikkelen. Daarnaast hebben sommige soorten van nature een meer rhizomorphe structuur dan dat van andere soorten.